The Mastercooks of Belgium

Alain Neckebroeck

MasterCooks - Top Restaurants
Neckebroeck Alain
Chapelle des Brigittines
Kapellemarkt 5
1000
Brussel
T: +32(0)2 512 68 91 W: www.lesbrigittines.com
Interview 

Alain Neckebroeck was lange tijd de enige Mastercook in België die de leiding had over de keuken van een golfclub, de Golf d’Hulencourt. Nu werkt hij samen met Mastercook Dirk Myny in la Chapelle des Brigittines vlakbij de Brusselse Zavel. Alain is geen nieuwkomer bij de Mastercooks en nog minder in onze nationale gastronomie. Hij startte al op jonge leeftijd en werkte in vermaarde gastronomische restaurants en in prestigieuze golfclubs. Hier is een Mastercook die ons heel wat interessante dingen te vertellen heeft.

Hoe verliep uw carrière tot nu?
Ik ben bij Callens begonnen als leerjongen toen ik 14 jaar oud was. Ik werkte er met Daniel Mollemans, een andere Mastercook. Callens was toen een zeer befaamd gastronomisch restaurant dat de bijnaam ‘de kantine van de ministers’ had, omdat de ministers er gewoonlijk samenkwamen tijdens belangrijke ontbijtvergaderingen. Het was daar dat de zaken werden beslist of ongedaan werden gemaakt. Daarna heb ik mijn legerdienst gedaan en ben ik beginnen werken in het Hotel Amigo.

Die ervaring liet me toe om twee jaar later te starten in mijn eerste toprestaurant, Chez Maxime de Paris, op de Grote Markt in Brussel. Daarna heb ik gewerkt in La Pomme Cannelle op de F. Rooseveltplaats, waar ik mijn vriend Daniel Mollemans terugzag. Vervolgens ben ik naar Mon Manège à Toi gegaan. Ik was toen 24 jaar en een van de jongste souschefs van dat moment. Hierna en talrijke andere adressen later, ik heb er 46 gedaan tijdens een loopbaan van 40 jaar, heb ik in La Maison du Seigneur gewerkt met Patrick Meirsman, een andere Mastercook.

U hebt ook een vriendengroep opgericht met allemaal Mastercooks? Wie zijn dat?
In de jaren 80 noemden ze ons ‘les quatres as’. Dat waren Daniel Mollemans, Patrick Meirsman, Dirk Miny en ik. We hebben zelfs een vereniging opgericht, een bvba, die ‘les artisans cuisiniers’ heette en 70 leden telde. Het was dan ook onvermijdelijk dat we elkaar terugvonden in de Vereniging van Mastercooks en het sprak ook voor zich dat we ons verder voor de vereniging zouden inzetten. Daniel, Patrick en ik maken nu allen deel uit van het bestuur.

Waar hebt u voor het eerst als chef gewerkt?
Dat was in 1986, in L’Impasse Temps in de Hoogstraat. Philippe Lottin, de eigenaar, was gerant van verschillende restaurants waaronder de Brasserie Marboeuf aan het kerkhof van Elsene. Later ben ik naar Spanje vertrokken waar ik in de provincie Murcia mijn eigen restaurant heb geopend. Ik heb er drie jaar gewerkt waarna ik wegens familiale redenen terug naar Brussel ben gekomen. Daar heb ik gewerkt in de Marboeuf, vervolgens voor de traiteur ‘À propos’ en daarna ben ik chef geworden van Pascal de Valkeneer toen die Chalet de la Forêt opende, net voor de komst van Alain Bianchin. Vervolgens ben ik vertrokken naar de Golf des 7 Fontaines, maar ik was nog te jong om de keuken van een golfclub te leiden. Het zijn zware verantwoordelijkheden en je moet volgens mij wat ouder zijn voor dit werk. Na drie jaar in l’Huitrière ben ik in de Golf d’Hulencourt terecht gekomen. In totaal, zelfs al kan ik ze niet allemaal meer opnoemen, heb ik op 46 plekken gewerkt. Men noemt me zelfs de ‘huursoldaat van de Mastercooks’. Dat is geen eervolle titel. Ik denk gewoon dat ik nooit ergens lang op één plek ben gebleven omdat ik misschien niet echt de ideale plek vond.

Om terug te komen op de Mastercooks, wanneer bent u lid geworden?
Ik vergat u te vertellen dat ik vijf jaar chef was in l’Auberge de Boendael, van 2003 tot 2008: het is toen dat ik lid geworden ben van de vereniging van Mastercooks van België.

Waarom bent u bij de Mastercooks gegaan?
Om de zaak te ondersteunen, de vereniging te promoten, de sector te bevorderen. De zaken gaan de laatste tijd trouwens zeer goed. Ik vind dat initiatieven zoals de ‘Ster van de Belgische Keuken’ zeer gunstig zijn voor ons, en voor alle koks.

Hoe kijkt u naar de richting die de vereniging vandaag uitgaat?
Ik ben zeer tevreden over de dynamiek die Frank Fol brengt door een directeur aan te stellen die nieuwe financiële partners moet zoeken. Daardoor kunnen we nieuwe initiatieven organiseren zoals de wedstrijd van de Ster van de Belgische keuken, maar ook de creatie van een website met interviews van de leden die door een professionele journalist gebeuren. Wat ik ook goed vind is dat de vereniging ons vandaag weer allemaal verbind. Ze heeft de ouderen kunnen terugbrengen dankzij de sterren die lid geworden zijn, maar ze is er ook in geslaagd om ons allen te verenigen: Vlaanderen en Wallonië, Brussel.

Wat geeft de vereniging aan haar leden?
Voor alles de erkenning van haar stichters. Dat is niet het allerbelangrijkste op zich maar het is het resultaat van hun werk, het is een fierheid en dat geeft ons vleugels.

Wat denkt u van het imago van de kok op dit moment?
Vroeger zaten we verstopt achter de jongens van de zaal, maar nu komen we uit onze keuken en gaan volop met de klanten om.

Anderzijds ben ik geen liefhebber van de culinaire reality-programma’s op tv omdat ze de werkelijkheid niet weergeven. Voor de kijkcijfers is alles toegelaten en gaat het er soms heel platvloers aan toe. We zijn de voorbije jaren ook over gemediatiseerd. Maar al die media-aandacht kan de jongeren wel aansporen om voor dit vak te kiezen.

Door wie kreeg u de smaak voor dit vak te pakken?
In de eerste plaats door mijn moeder die met weinig ingrediënten een uitstekend gerecht kon maken. Ze kon een schitterende maaltijd bereiden met enkele tomaten, een ei en wat salade. Maar ook mijn grootmoeder aan vaders kant die me heeft groot gebracht en die als kokkin kookte voor een familie uit de rijke burgerij.

Waar zou u graag uit eten gaan voor een belangrijke gelegenheid?
Bij Pascal Devalkeneer in de Chalet de la Forêt. Ik ga er elk jaar naar toe om mijn verjaardag te vieren. Dat is een traditie geworden. En ik kan je verzekeren dat de brigade mij altijd zeer hartelijk viert.