Home >> Alex Clevers >>
Alex Clevers

mastercooks_slideshow

mastercooks_beschrijving

Interview

Chef Alex Clevers. Koken is eenvoud, het is de kunst van het weglaten

Een uit 1736 daterende kapelaanswoning in Dilsem-Stokkem werd door chef Alex Clevers en zijn vrouw Marianne omgetoverd tot het stijlvolle hotel-restaurant Vivendum. Zowel in het hotel als in het restaurant staat genieten van kwaliteit en schoonheid centraal. Op zonnige dagen is het mooie tuinterras, bekroond als één van de 50 mooiste terrassen van België, een groene oase van rust. De keuken van chef Alex Clevers is een spontane en pure keuken. De chef zoekt constant naar vernieuwing zonder daarbij de traditie noch de streekkeuken te verloochenen. Sinds kort kreeg Vivendum er een zusje bij in de vorm van Bistro Neuta in het dorpje Leut.

Waarom besloot je om een brasserie te openen?
“We hebben een goed en vast clienteel in Vivendum maar de marges worden steeds kleiner. Dat komt voor een deel door de geschenkbons die nu zo in trek zijn. In een restaurant als Vivendum verwacht men klasse: tafellakens, sommelier,.... In een laagdrempelige bistro ligt dat anders. Door een tweede zaak te openen, kan ik mijn personeel aan het werk zetten tijdens de anders niet-productieve uren.”

Kom je uit een horeca-familie?
“Mijn ouders hadden een restaurant, maar ik heb geen koksopleiding gevolgd. Wel automechaniek (lacht). Uiteindelijk lag me dat toch niet omdat ik er mijn creativiteit niet kon in uitleven. Dat kan ik wel in de keuken. Ik ben als leerling begonnen in Château Neercanne in Maastricht.”

Wie zijn je voorbeelden, leermeesters?
“Gerard Fagel. Hij was de chef van restaurant De Hoefslag in Bosch en Duin, samen met zijn broers was hij de wegbereider van de Franse keuken in Nederland.  Hii stond voor een goede Franse keuken met kwaliteitsproducten, maar gebracht in een eenvoudige kader en aan betaalbare prijzen, stijl bistro. In 1989 werd hij vermoord toen De Hoefslag werd omgebouwd tot hotel.”

Hoe omschrijf je je eigen keuken?
“Als klassiek innovatief. Mijn keuken is een spontane keuken. Wat ik tracht te doen is culinaire grenzen verleggen zonder daarbij grootmoeders stoverij te verloochenen. Ik streef naar een lichte verfijnde keuken en gebruik daarbij zoveel mogelijk streekproducten.”

Zoals?
Asperges zijn mijn lievelingsproducten. Ik werk reeds jaren met streekproducten die ik bij een aantal kleine producenten hier in de buurt haal. Ik ga er vaak naar toe, bekijk wat het aanbod is en vertrek daarvan om mijn kaart samen te stellen. Als je verschillende leveranciers hebt, is dat perfect te doen.”

Maak je gebruik van technologische hoogstandjes in je keuken?
“Ik heb alle nieuwe toestellen staan en ze hebben zeker een meerwaarde. Toch blijf ik altijd vertrekken van de klassieke basis. Ik gebruik de nieuwe toestellen, zoals de roner, waar ze goed voor zijn.

Iedere kok moet voor zichzelf uitmaken wat hij ermee doet.  Een stukje kabeljauw bijvoorbeeld blijf ik gewoon in de pan bakken, terwijl andere de roner gebruiken. Een stukje zeeduivel daarentegen gaar ik ook eerst sousvide en bak het daarna kort aan. Omdat de cuisson beter is. Het hangt ook van de omstandigheden af.”

Een chef is een groep?
“Absoluut. Een goed recept om te slagen is je omringen met goede mensen. Het wordt misschien lastiger om goed personeel te vinden, maar bij ons lukt dat nog steeds. Als je kan vertrouwen op je mensen dan hoef je niet gestresseerd te zijn.”

Wat is voor jou het belangrijkste pijnpunt in de horeca?
“Onlangs gaf ik een lezing voor VOKA met als inhoud dat ik graag terug ondernemer zou willen worden. Nu worden we bedolven onder bergen formulieren en formaliteiten. Mijn vrouw is zowat de hele dag bezig met de personeelsadministratie. Dat is echt wel teveel.

Waar haal je drive om er elke dag te staan?
“Dat weet ik niet echt, maar ik voel me nooit moe en ik ga nooit met tegenzin naar de keuken. Als dat er niet meer zou zijn, zou ik meteen stoppen. Mocht ik op een bepaald moment voelen dat ‘het’ er niet meer is, dan zou ik meteen iets anders gaan doen.

Veertien uur per dag iets tegen je zin doen, dat kan je niet opbrengen.”